Twee leden van De Nationale Assemblée in Suriname hebben de president formeel om opheldering gevraagd over de positie en het optreden van de tweede districtscommissaris van Nickerie, Mohammed Bakas. In een brief stellen R. Raghoenandan en A. Jarbandhan dat de benoeming van een tweede DC in het district grote vragen oproept, temeer omdat Nickerie volgens hen nooit eerder twee districtscommissarissen tegelijkertijd heeft gehad.
De kwestie krijgt extra lading doordat Bakas volgens de brief al op 1 september 2025 is beëdigd, maar ruim zeven maanden later nog altijd niet daadwerkelijk in functie zou zijn getreden. De Assembleeleden voeren aan dat hij geen duidelijke taken of bevoegdheden heeft gekregen en feitelijk zou meelopen met de eerste districtscommissaris van Nickerie, Nisha Kurban. Daarmee rijst volgens hen de vraag waarom deze benoeming überhaupt noodzakelijk werd geacht.
In hun schrijven schetsen de parlementariërs een beeld van groeiende onrust binnen de samenleving. Zij stellen dat er op sociale media en in lokale nieuwsfora breed gedeelde zorgen leven over de bestuurlijke situatie in het district. Volgens hen zouden de snelle wisselingen van districtscommissarissen in korte tijd eerder voor instabiliteit zorgen dan bijdragen aan de ontwikkeling van Nickerie.
Daarnaast halen de twee DNA-leden een reeks ernstige signalen aan over het functioneren van Bakas. Zo schrijven zij dat er meldingen circuleren over het gebruik van dienstvoertuigen voor buitensporige benzinedeclaraties, terwijl er volgens hen juist te weinig middelen beschikbaar zijn om de infrastructuur in Nickerie te verbeteren. Ook verwijzen zij naar signalen dat Bakas zich in de samenleving zou profileren op een manier die volgens hen niet past bij het ambt van burgervader. Daarbij noemen zij onder meer het zonder afstemming met de hoofd-DC afgeven van vergunningen en een reputatie van alcoholmisbruik. Deze punten worden in de brief als zorgen en signalen gepresenteerd, waarvoor de president nu om duidelijkheid wordt gevraagd.
De politieke gevoeligheid van de zaak wordt verder vergroot doordat Raghoenandan en Jarbandhan stellen dat de benoeming door velen wordt gezien als een partijpolitieke beloning en niet als een noodzakelijke bestuurlijke versterking. Daarmee verschuift de discussie van enkel het functioneren van één bestuurder naar bredere vragen over goed bestuur, transparantie en de afwegingen achter benoemingen in de districten.
In hun brief leggen de Assembleeleden de president drie concrete vragen voor. Zij willen onder meer weten wat zijn voornemen is om in te grijpen tegen het vermeende wangedrag van de beëdigde DC en waarom hij het nodig vond een tweede districtscommissaris voor Nickerie te benoemen, terwijl er volgens hen in de samenleving geen behoefte aan bestaat. Ook vragen zij of de president bereid is openheid van zaken te geven over de criteria en overwegingen achter de benoeming van Bakas.
Verder willen de parlementariërs weten welke maatregelen getroffen zullen worden om te voorkomen dat partijloyaliteit zwaarder weegt dan bestuurlijke kwaliteit. Daarbij benadrukken zij dat de belangen van de bevolking van Nickerie volgens hen centraal moeten blijven staan. Met de brief zetten de twee DNA-leden de druk op de ketel en dwingen zij het staatshoofd publiekelijk kleur te bekennen over een benoeming die volgens hen meer vragen oproept dan antwoorden geeft.

